Wat je zegt ben je zelf…

Als je het woord pesten hoort, denk je vaak aan kleine kinderen op een schoolplein. Of aan middelbare scholieren die het middelpunt zijn van spot door hun veel te grote tas. Die al dan niet worden bekogeld met voedsel door andere leerlingen. Pesten gebeurt echter ook op de werkvloer. Dagelijks wordt zo’n 16% van de werknemers geïntimideerd of gepest door collega’s (bron: CBS). En niet alleen door collega’s, maar ook door leidinggevenden. Waarom horen we daar eigenlijk zo weinig over? En bij wie kun je eigenlijk terecht als een stomme plagerij steeds meer de vorm krijgt van uitsluiting?

Terwijl ik bezig ben achtergrondinformatie te zoeken, vind ik echt wel wat terug over pesten. Hoewel de eerste hits vooral gaan over pesten op het schoolplein, vind ik ook veel terug over pesten onder volwassenen. Maar dan vooral als het te ver is gegaan, bij wie je terecht kunt en statistieken. En de statistieken liegen er niet om;

Uit recent onderzoek blijkt dat 16% van de werknemers (1,1 miljoen mensen) regelmatig te maken heeft met pesten en intimidatie. De impact daarvan is voor alle betrokkenen enorm. Werknemers die gepest worden, krijgen vaak gezondheidsklachten, verliezen hun baan en plegen soms zelfs zelfmoord. De angstcultuur binnen een bedrijf of organisatie, waarvan pesten en intimidatie een teken is, heeft echter ook een negatieve invloed op andere werknemers. Ook de kosten voor het bedrijf zijn ontluisterend: 4 miljoen verzuimdagen per jaar, totaal geschatte kosten 2,3 miljard euro (COP).

Maar eerlijk gezegd praat ik er niet over met mijn vrienden, familie of collega’s. Niet bewust, ik denk er gewoon niet zoveel over na. Waarom dan toch dit artikel, zul je misschien denken? Nou, ik zat laatst in de trein. Ik nam plaats tegenover twee jonge meisjes, ik gok ze begin twintig. Ik graaide in mijn hutkoffer, pakte een tijdschrift en was klaar voor twintig minuten pure onspanning. Dat werden twee minuten. Ik had het tijdschrift gewoon vast hoor, daar niet van. Maar geen plaatje of tekst, wat ik na die twee minuten heb onthouden. Want wat ik hoorde, maakte me intens verdrietig.

‘Heb je dat filmpje gezien op Facebook?’ zei de brunnete. “Nee, welk filmpje?” antwoordde de blondine. ‘Dat filmpje van Tara die in elkaar werd geslagen’. ‘Welke Tara?’, de blondine. Die in jaar x naar school y is gegaan. Om vervolgens een heleboel geschreeuw en gehuil op de achtergrond te horen. Uiteraard is Tara een fictieve naam, maar hoeveel Tara’s zullen de twijfelachtige eer hebben om op mobieltjes en social media te worden bekeken?

Nog 10 minuten hadden de brunette en de blondine mijn onverdeelde aandacht. Dit keer ging het over een bekende van de brunette. Nu ging het over Maaike, eveneens een fictieve naam. ‘Weet je, ik vond het altijd een grijze muis. Ze was toen we kleiner waren al heel anders dan mij. Ze was niet zo welbespraakt als mij’. (…) Nadat ik een lach moest onderdrukken vanwege de ironie (welbespraakt zijn vereist blijkbaar geen correcte zinsconstructies), kon ik weer verder luisteren. (…)  ‘Maaike zag het gewoon niet meer zitten, ze voelde zich anders. Ze zag geen andere uitweg dan zelfmoord. Simone (haar zus, blijkbaar) is er wel kapot van hoor.’

Boing! De verhalen raakte me , hoewel het een willekeurig verhaal in de trein was. Waar verschillende mensen reizen, waar je verhalen opvangt van een fractie van het leven van andere mensen. En nee, ik zit al een tijd niet meer op school. En nee, ik ben eerder begin dertig dan begin twintig.  En nee, ik kende Tara of Maaike niet. Maar dit overkomt mensen dus, op een school. En werk is wat vroeger school was. Een groep mensen die niet bij keuze bij elkaar is gezet in een ruimte en een groot deel van hun tijd samen moet doorbrengen.

Nog zo’n verhaal, nu veel dichter bij huis. Een vrouw die we voor het gemak Carina noemen, een enthousiaste dame van midden vijftig. Ze vertelde me onlangs dat ze gepest wordt op haar werk. Dat ze zich ooit heeft gestoord aan een radio op het kantoor.  En hoe diezelfde radio als machtswapen werd gebruikt om haar stelselmatig te koeieneren. Ze vertelde me dat ze bij haar leidinggevende geen steun kon vinden. Dat haar leidinggevende zo ook haar aandeel had in de treiterijen. Bemiddeling door een externe partij heeft Carina niet geholpen. Op dit moment is het nog maar de vraag of ze haar baan zal behouden.

Dit verhaal raakte me niet alleen, ik was ook geschokt. We hebben het hier over volwassen, leidinggevenden notabene! Maar het gebeurt dus wel.  Ik vraag me wel af waarom we hier eigenlijk zo weinig over horen. Alsof het niet bestaat of alleen een nieuwsitem of statistisch cijfer betreft.  En ik kan het antwoord gewoon niet bepalen.  Of bij wie ik zou moeten aankloppen als ik er alleen voor stond. Misschien mijn leidinggevende? Carina kon terecht bij een onafhankelijk bemiddelaar. En zo is er nog een aantal (onafhankelijke) partijen die je kunnen helpen, zoals FNV, de Rijksoverheid en COP.

 

Be the first to comment

Laat een bericht achter